Nederlandse literaire prijs

Nederlandstalige literaire René Pechère prijs 2023:

Jan BIJHOUWER (1898-1974)

Met een bronzen trofee van de Tervurenaar Tom Frantzen heeft de René Pechère Bibliotheek voor het eerst Nederlandse literaire prijs over tuinkunst bekroond. In 2008 en 2010 ging de Prijs René Pechère nog uitsluitend naar boeken in het Frans.

Negen juryleden selecteerden onder voorzitterschap van initiatiefnemer en erfgoedonderzoeker Herman Van den Bossche vorig jaar vijf boeken voor de eerste Nederlandstalige literaire prijs René Pechère voor tuinkunst, en dat begrip gaat heel breed. Ze kozen uit een longlist van 34 boeken, die niet langer dan vijf jaar uitgegeven zijn. Vier genomineerde boeken kwamen uit Nederland, één uit België. Of: twee met een Europese blik en drie met een beperkte invalshoek. Of nog: twee history  ische boeken en drie werken over landschapsarchitectuur. Eén boek was enkel in het Nederlands verschenen, de overige zijn in twee tot zes talen uitgegeven. Kortom, verscheidenheid troef.

Laureaat 2011 werd de biografie J.T.P. Bijhouwer (1898-1974) – Grensverleggend landschapsarchitect van de hand van Gerrie Andela (uitg. 010, 2011). Andela portretteert hierin op een wetenschappelijke én toegankelijke manier een van de invloedrijkste Nederlandse tuin- en landschapsarchitecten. Bijhouwer, vooral bekend van zijn beeldentuin bij het Kröller-Müller Museum (1955-1964), trok als jonge botanicus met een tentje naar Amerika om planten te verzamelen, en bracht het tot eerste hoogleraar in zijn vak aan de befaamde Landbouwhogeschool in Wageningen en aan de Technische Universiteit Delft. Als groenconsulent en stedenbouwkundige heeft hij de moderne tuinkunst mee vormgegeven. Zijn persoonlijk werkarchief bestond niet meer – een deel ging in de oorlog in vlammen op -, waardoor een lijvige monografie zeer welkom was. Andela mocht de trofee van Frantzen naar Nederland nemen, een bronzen palmtakje dat een discus door­prikt.

Daarnaast kregen twee boeken een ‘speciale vermelding’. Het gaat om het Nederlands/Engelse Lexicon van de tuin- en landschapsarchitectuur, een verklarend vakboek met leerrijke essays als toemaatje, van Meto J. Vroom (uitg. Blauwdruk, 2005/2010), en om de monografie Hex, een prinselijk landgoed ontsluierd van Chris De Maegd (uitg. Mercatorfonds, 2007). Een tuinkunstboek vol oude illustraties en hedendaagse foto’s van het achttiende-eeuwse Limburgse landgoed, en voor de jury een echt ‘koffietafelboek met inhoud’. Dus toch ook iets van een Vlaamse erkenning.

Daarnaast stipte de jury On site – Landschapsarchitectuur in Europa aan, met tien essays en een portret van 47 recente projecten van landschapsarchitectuur in Europa (uitg. Blauwdruk, 2009), geschreven door het internationale schrijverscollectief Collectief. Ook een stip kreeg de Nederlands/Engelse catalogus bij een tentoonstelling uit 2008 in het paleis Het Loo (Apeldoorn): Landschappen en verbeelding. Vormgeven aan de Europese traditie van de tuin- en landschapsarchitectuur 1600-2000 (uitg. NAi, 2008), rijkelijk geïllustreerd met tuin- en parkprojecten van 1593 tot 2007.

2015:

De René Pechère nederlandse literaire prijs 2015 voor het beste Nederlandstalige boek over tuinarchitectuur is toegekend aan het boek Copijn 1763-2013Tweehonderdvijftig jaar tuinlieden, boomkwekers, boomverzorgers, tuin- en landschapsarchitecten de Mariëtte Kamphuis (auteur) en Anne Mieke Backer (uitgever). De prijs voor het beste boek over landschapsarchitectuur is toegekend aan het boek Dijken van Nederland de LOLA Landschapsarchitecten.

Prijs René Pechère 2015.

Tot zo ver de prijzen, nu nog even over de René Pechè­re Bibliotheek zelf. Een Hollands paard krijgt de hik mocht het weten dat tuinkunst en -aanleg en landschapsarchitectuur in Brussel ’taalgerelateerd’ zijn. Het is een oud zeer dat de ‘francofoon’ georiënteerde Bibliothèque Pechère (het Nederlandse luik van www.bvrp.net blijft maar ‘in aanbouw’) niet ressorteert onder het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar voor subsidiëring is doorgeschoven naar de Cocof, zeg maar het parlement van de Franstalige Brusselaars.

Voor alle duidelijkheid: de Cocof ontfermt zich alleen over instellingen onder de vleugels van de Franse Gemeenschap. De vereniging die voor haar werkterrein ’tuinkunst en landschapsarchitectuur’ onderdak kreeg bij het CIVA (het internationaal centrum voor de stad, de architectuur en het landschap in de Elsense Kluisstraat), wil zich sinds enkele jaren meer in de kijker werken. Na de tuin­architectuurwedstrijd voor de Brusselse overheid en het open weekend Tuinen in feesttooi (in de herfst) is er sinds het herdenkingsjaar van de honderdste verjaardag van landschapsarchitect René Pechère (2008) ook een literatuurprijs. Dat Franstalige tuinboeken (dus niet enkel Belgische) bekroond werden door de Bibliotheek, was mooi, maar kon niet blijven duren. Er werd beslist om ook maar een Nederlandstalige literaire prijs uit te reiken. (Belangrijk om te weten is dat de vereniging een deeltijdse werkkracht bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) hoopt te krijgen.)

Het archief- en onderzoekscentrum moet tegen 2014 weg uit het Civa. Beide instellingen barsten uit hun voegen en zoeken naar nieuwe open ruimte.

Laureaten van de nederlandse literaire prijs:

2021: procedure loopt

2019, de prijs kon niet worden georganiseerd

Prijs René Pechère 2017.
2017
Prijs René Pechère 2015.
2015 (1)
Prijs René Pechère 2015.
2015 (2)
Prijs René Pechère 2013.
2013
Prijs René Pechère 2011.
2011

Genomineerden voor de nederlandse literaire prijs

2011 (1), Chris De Maegd, Hex – een prinselijk landgoed ontsluierd

2011 (2), Meto J. Vroom, Lexicon van de tuin- en landschapsarchitectuur

2013, Heimerick Tromp, De Nederlandse landschapsstijl in de achttiende eeuw

Samenstelling van de jury:

  • Gerrie ANDELA
  • Herman van den BOSSCHE
  • Chris DE MAEGD
  • Arina van der DOES
  • Paul GEERTS
  • Dirk EVERAERT
  • Dr Heimerick TROMP
  • Christian VERMANDER
  • Nicolas de VILLENFAGNE
  • Ann VOETS
  • Ursula WIESER